Bemesting

    Inhoud

    1. Inleiding
    2. Stalmest en drijfmest
    3. Prei lichte en zware bemesting
    4. Prei met en zonder hulpmeststof
    5. Rode biet drijfmest en compost
    6. Tomaat, licht en zwaar bemest
    7. Winterpeen, potstalmest en kunstmest
    8. Nitraatgehalten biologische en gangbare peen
    9. Lichte en zwaar bemeste winterpeen

    Inleiding

    Bemesting is de belangrijkste maatregel waarmee de kwaliteit beïnvloed kan worden. Zowel in positieve als negatieve zin. In negatieve zin gaat het vooral om stikstof. Stikstof heeft een positieve invloed op de opbrengst en teveel stikstof een negatieve op de kwaliteit. Geleidelijk vrijkomen van stikstof is ook belangrijk. In het volgende wat voorbeelden rond het thema bemesting en kwaliteit.

    Stalmest en drijfmest

    Dat stalmest goed is en drijfmest slecht kan niet in zijn algemeenheid gezegd worden. In het volgende wel een voorbeeld ten gunste van stalmest.

    Stalmest

    Een relatief trage begingroei. Daarna afrijping en matige aantasting door bladvlekkenziekte

    Drijfmest
    Bij drijfmest een uitbundige begingroei. Daarna een zeer sterke aantasting door bladvlekkenziekte en zeer lage opbrengst

    Prei lichte en zware bemesting

    Links prei zandgrond Apeldoorn

    rechts prei zandgrond West Brabant

    Apeldoorn: Lichte bemesting, groei meer in de breedte. Zeer goed houdbaar. Nitraatgehalte 495 mg/kg

    West Brabant: Zware bemesting, omhoog gerichte groei. Slecht houdbaar. Niitraatgehalte 775 mg/kg

    Prei met en zonder hulpmeststof

    Geen hulpmeststof
    Groei sterk in de breedte, gezonde plant. Opbrengst 29 ton per ha.

    100 kg N per ha als hulpmeststof
    Groei sterk in de hoogte. Opbrengst 29 ton per ha.
    (Bokhorst, 1989)

    Rode biet drijfmest en compost

    Op het meerjarige proefveld Mest als Kans te Lelystad worden verschillende meststoffen vergeleken. Na drie jaar bemesten zijn de eigenschappen van rode biet vergeleken bij onder meer drijfmest en groencompost. De groencompost biet bevat meer suiker en droge stof en minder nitraat.

    Drijfmest

    Compost

    Gehalten drijfmestbiet:

    Droge stof (%) 12,6

    Suiker (%) 8,4

    Nitraat (mg/kg) 640

    Vrije aminozuren 609

    mg/100 g

    Opbrengst (ton per ha) 29

    Gehalten compostbiet:

    Droge stof (%) 15,0

    Suiker (%) 10,3

    Nitraat (mg/kg) 215

    Vrije aminozuren 380

    mg/100 g

    Opbrengst (ton per ha) 18

    Kristallisatiebeeld drijfmest: Weelderig en wanordelijk

    Compost: Dunne structuur en zwakke ordening

    Kristallisatiebeelden worden gebruikt om een breder beeld van de kwaliteit te krijgen. De overeenkomst tussen de vorm van de plant en het beeld zijn hier opvallend.
    (Onderzoek LBI Meer over stijgbeelden: www.crystal-lab.nl)

    Tomaat, licht en zwaar bemest

    Bij lichte bemesting een meer open bladstructuur en meer gevormde doorsnede van de tomaat

    Bij zware bemesting is het blad sterker uitgegroeid. De tomaat is wateriger en heeft een dunnere schil.

    Winterpeen, potstalmest en kunstmest

    Op het meerjarige proefveld Mest als Kans te Lelystad worden verschillende meststoffen vergeleken. Na vier jaar bemesten zijn de eigenschappen van winterpeen vergeleken bij de
    bemestingen kunstmest en potstalmest.

    Potstalmest (links): Schimmelaantasting alleen aan de buitenzijde en daardoor weinig droge stofverlies.
    Kunstmest: Rotting door bacteriën in het gehele product. Vloeistof onderin het bakje. Veel droge stofverlies.

    Afgebeeld zijn geraspte wortels van het proefveld Mest als Kans te Lelystad. Links bemesting potstalmest met het geringste drogestofverlies. Recht bemesting kunstmest met rotting en veel droge stofverlies.

    Wanneer een product fijngeraspt wordt en dan een week wordt weggezet kan een visuele beoordeling van de veranderingen worden toegepast en ook kan het droge stofverlies worden gemeten.

    Deze test geeft de innerlijke weerstand tegen bederf aan is niet met een houdbaarheidsmeting te vergelijken met bewaring in een silo. Hoewel er soms wel relaties gevonden worden.

    Schimmelaantasting is gunstig, Dit gebeurt alleen aan de oppervlakte. Bacterieaantasting is minder gunstig en geeft een groot droge stofverlies.

    Meer info: Samaras, 1977; Beekman, 1999
    Onderzoek Gaia Bodemonderzoek

    Nitraatgehalten biologische en gangbare peen


    Uit diverse onderzoeken blijkt dat het nitraatgehalte van biologische peen in de periode 1996 tot 2004 duidelijk toeneemt en in 2004 bij 15 aselect gekozen monsters duidelijk hoger is dan gangbaar. Dit duidt op achteruitgang van de kwaliteit.

    Mogelijke oorzaken:

      • vaker extra stikstofbemesting eind augustus, begin september om veel loof te hebben bij de oogst.
      • toename stikstofleverend vermogen van de bodems.
      • meer gebruik van kwalitatief matige en nitraatrijke rassen zoals Nerac.

    </ul
    Onderzoek Louis Bolk Instituut

    Lichte en zwaar bemeste winterpeen

    Licht bemest: tot 1 augustus nieuw blad, daarna (na tekening 4) nauwelijks meer nieuw blad. Het blad spreidt zich en gaat liggen, in deze tijd rijpt de wortel goed af.

    Op 4 oktober zijn bijna alle bladeren van het hele seizoen nog aanwezig, bij het afrijpen is een deel geel geworden.

    Zwaar bemest: gedurende het hele seizoen van juni tot oktober worden er nieuwe bladeren gevormd. De groei gaat als maar door. Ook sterven er bladeren af. De wortel komt niet goed tot afrijping.
    (Visser e.a., 1978)