Winterwortel

    Inhoud
    1. De groei van een winterwortel
    2. Verschillen in gewasontwikkeling
    3. Verschillen tussen bedrijven
    4. Worteldoorsneden
    5. Nitraat in biologische peen
    6. Verdeling van nitraat in peen
    7. De smaak van verschillende peenrassen
    8. Analysemethoden

    De groei van een winterwortel

    De groei van een winterwortel van juni tot oktober. Na de vijfde tekening neemt de vorming van nieuw loof sterk af en is er een sterke wortelgroei. Dit is na 1 augustus. Ook de smaak wordt dan steeds duidelijker (tekeningen Nel Bokhorst)

    Een perceel met winterwortel ziet er meestal egaal groen uit. Toch kan de gewasontwikkeling sterk verschillen per perceel.

    Bij een hoge beschikbaarheid aan stikstof gaat de groei door tot het eind van het seizoen en is er minder vorming van suiker en aroma en is de houdbaarheid minder goed. Het voorjaarsproces gaat door tot in de herfst. Bij een meer evenwichtige groei vermindert de loofgroei na ongeveer 1 augustus. Dit gaat vaak samen met geelverkleuring van de oudste bladeren. Soms dreigen er dan oogstproblemen omdat de voor de oogstmethode stevig loof nodig is. Begin september bijmesten met een stikstofrijke meststof is dan een oplossing. Dit gaat evenwel direct ten koste van de kwaliteit.

    Verschillen in gewasontwikkeling



    Een goed afrijpende wortel

    Tot 1 augustus nieuw blad, daarna (na tekening 4) nauwelijks meer nieuw blad. Het blad spreidt zich en gaat liggen, in deze tijd rijpt de wortel goed af.
    Op 4 oktober zijn bijna alle bladeren van het hele seizoen nog aanwezig, bij het afrijpen is een deel geel geworden.

    Een slecht afrijpende wortel

    Gedurende het hele seizoen van juni tot oktober worden er nieuwe bladeren gevormd. De groei gaat als maar door. Ook sterven er bladeren af. De wortel komt niet goed tot afrijping

    Bij een hoge beschikbaarheid aan stikstof gaat de groei door tot het eind van het seizoen en is er minder vorming van suiker en aroma en is de houdbaarheid minder goed. Het voorjaarsproces gaat door tot in de herfst. Bij een meer evenwichtige groei vermindert de loofgroei van ongeveer 1 augustus. Dit gaat vaak samen met geelverkleuring van de oudste bladeren. Soms dreigen er dan oogstproblemen omdat de voor de oogstmethode stevig loof nodig is. Begin september bijmesten met een stikstofrijke meststof is dan een oplossing. Dit gaat evenwel ten kosten van de kwaliteit.(Visser, 1979, tekeningen Gerda Peters)

    Verschillen tussen bedrijven

    Op veel bodems kunnen heel goede wortels geteeld worden, maar op de ene bodem gaat het veel beter dan op de andere.

    Flevopeen - Productkwaliteit

    Flevoland

    IJle groei, komt veel voor in Flevoland. Dit gaat samen met weinig smaak.Oppassen dat de bodem niet te rijk is en niet teveel stikstof bemesten. Dit is hier veel belangrijker dan op andere zeekleigronden omdat er diepgaande wortels zoutarm water kunnen leveren. Probeer de wortels in een humushoudende bodem van ca 40 cm te houden.

    Geffen-Lunteren - Productkwaliteit

    Zandgrond Veluwe

    Na ijle groei door te weinig kalium, veel schimmelziektes. Loof valt om en enige hergroei begint. Smaak wrang, niet zoet.
    Op zand worden de mooiste wortels geteeld bij bruine organische stof. Bij zwarte organische stof (podzol, veenkoloniaal) vaak wrange smaak. Bij geen goede bodem en verkeerde bemesting (kalium is bijvoorbeeld uitgespoeld) valt het niet mee om op zand goede wortels te telen. Lukt her wel dan geven zandgronden de beste wortels.

    Peen vd Gracht - Productkwaliteit

    Zeeklei Wieringermeer

    Goed afgerijpte wortel. Bladeren kleuren deels geel, goede smaak.

    Op zavel en klei oppassen dat de bodem niet te rijk is en niet teveel met stikstof bemesten. Dan kunnen goede wortels geteeld worden

    Wortel doorgesneden

    Peen dikke bast. Deze heeft een hoog droge stofgehalte en een hoog suikergehalte. De smaak en houdbaarheid zijn goed. Het nitraatgehalte is laag.

    Peen dunne bast. Deze peen is in vergelijking met de peen met dikke bast wateriger, minder aroma en minder goed houdbaar. Het nitraatgehalte is zeer hoog.

    Droge stof (%) 12,8 11,1
    Suikergehalte (%) 8,7 8,0
    Nitraatgehalte 34 312
    Houdbaarheid product Goed Slecht
    Smaak Goed Matig

    Zelfontbindingstest

    In deze situatie bij vergelijking van een beperkte stalmestgift en een ruime stikstofgift met kunstmest is er bij stalmest als mest alleen schimmelaantasting aan de buitenzijde en daardoor weinig droge stofverlies.
    Bij kunstmest is er rotting door bacteriën in het gehele product. Vloeistof onderin het bakje. Veel droge stofverlies.
    Onderzoek Gaia Bodemonderzoek.

    Nitraat in biologische peen

    Uit diverse onderzoeken blijkt dat het nitraatgehalte van biologische peen in de periode 1996 tot 2004 duidelijk toeneemt en in 2004 bij 15 aselect gekozen monsters duidelijk hoger is dan gangbaar. Dit duidt op achteruitgang van de kwaliteit.

    Mogelijke oorzaken:

    • meer gebruik van kwalitatief matige en nitraatrijke rassen zoals Nerac.
    • vaker extra stikstofbemesting eind augustus, begin september om veel loof te hebben bij de oogst.
    • toename stikstofleverend vermogen van de bodems.

    Verdeling van nitraat in peen

    Bij de worteldoorsneden (zie boven) bleek al dat een dunne bast samen kan gaan met veel nitraat in de peen. Dit wordt duidelijk met bovenstaande figuur. De kern van een peen bevat meer nitraat.

    De smaak van verschillende peenrassen

    Ras Smaakniveau Schaal 1-9
    Negovia 9,0
    Miami 6,7
    Nerac 6,7
    Namur 6,7
    Trevor 6,2
    Sterco 4,5

     

    Nuijten, 2016

    Ras Smaakniveau Schaal 1-9
    Oxhella (Bingenheim 6,0
    Robila(Bingenheim 7,0
    Flakkeese (Bolster) 5,9
    Solvita (Bingenheim) 6,3
    Rolanka (Bingenheim) 7,4
    Rothild (Hild) 4,5
    Crofton F1 6,3
    Nerac F1 5,4

    Bij de kwaliteit van landbouwproducten spelen twee dingen. Het ras van het gewas en de keuze van de groeiomstandigheden.
    De veredelaar moet inzicht in voedingskwaliteit hebben en selecteren of verdelen in de goede richting.
    Bij de teler ligt het zwaartepunt anders. Deze moet zich op de plant richten en zich afvragen wat bij de plant past en voor een planteigen ontwikkeling zorgen.

    Niet altijd loopt dit goed. De veredelaar let vooral op opbrengst en gebruikswaarde. Smaak verkoopt niet en daar wordt nauwelijks op gelet. In 2006 werd op een twee biologische bedrijven in Noord-Friesland, Aukes en Timmers de smaak van peenrassen vergeleken door PPO (Verkerke 2007). De meeste rassen en ook de veelgeteelde Nerac komen er slecht van af.

    Analysemethoden

    Door het Louis Bolk Instituut zijn analysemethoden ontwikkeld om groei, afrijping en doordringing van beide via eenvoudige methoden aan het product te beoordelen. Een uitvoerige analyse van de gewasontwikkeling is meestal te tijdrovend.

    Groei kan beoordeeld worden middels nitraat.

    Afrijping met drogestofgehalte en suikergehalte.

    Doordringing (integratie) via smaak en zelfontbindingstest.

    Northolt e.a., 2004 noemen ook de stompheid van de onderkant van de wortel.

    Streefwaarden (Bokhorst, 1985)
    Nitraat (mg.kg) < 310 Droge stof (%) > 10,4
    Suiker (Brix) > 5,5

    Ds verlies zelfontbinding (%) < 73

    Smaak +/- – +