Suikerbiet

    Ontwikkeling van het blad van de suikerbiet inclusief de fase van doorschieten

    Aanvankelijk zijn de bladeren afgerond. Later worden ze spitser.

    Suikerbiet is kwalitatief gezien een interessant gewas. Te weinig stikstof (minder dan 200 kg N per ha beschikbaar) betekent een lagere wortelopbrengst en te veel stikstof is nadelig voor het suikergehalte en de winbaarheidsindex (WIN). Vooral het suikergehalte is bij de uitbetaling erg belangrijk. Bij de huidige uitbetaling is een één procent hoger suikergehalte financieel gezien ongeveer evenveel waard als zeven ton per hectare extra aan bietopbrengst. Hierbij is uitgegaan van 80 ton bieten per hectare.

    Is bij de meeste landbouwgewassen de totale opbrengst belangrijk, bij de suikerbiet is het afrijpingsproces mede van belang.

    In de periode 1976-1978 is op de Drie Organische Stofbedrijven te Nagele onderzoek gedaan naar de gewasontwikkeling van suikerbiet (Schwencke, van der Vet en van Mansvelt, 1978). Op basis van het werk van Bockemühl (o.a. 1964) werd gekeken naar de verschillende ontwikkelingsfasen. Onderscheiden werden bij het blad de fasen van spruiten, verbreden, geleden en spitser worden. Er was een tendens tot een wat later overgaan tot spitser worden bij het kunstmestbedrijf. Het suikergehalte was hier evenwel wat hoger. (17,8 % kunstmest; 16,6 % gemengd bedrijf). Er blijven dus nog wat vragen over, maar een eerste stap naar een kwalitatieve beoordeling van de suikerbiet is gezet.

    Evenwicht tussen groei en rijping

    Onderstaand grafiek laat zien hoe met een stikstofbemesting het evenwicht tussen bladvorming en suiker in de biet zijn te beïnvloeden. Meer stikstof geeft meer blad, maar minder suiker.