Sla

    De groei van kropsla

    In het begin is er helemaal geen lengtegroei. De bladeren groeien eerst in een rozetvorm. Dan ontstaat een krop, van waterige bladeren, die wel smaak heeft en weinig nitraat en veel suiker bevat. Dan komt de generatieve fase. Lengtegroei , zijstengels, groei in de periferie, oriƫntatie aan het zonlicht, verstarring aan het licht.

    Wilde sla gaat na een periode van bladvorming over in bloei en en zaadvorming. Zowel op arme als rijke grond.

    Cultuursla vormt tussen de periode van bladvorming en die van bloei een krop. De krop wordt op wat rijkere grond wel gevormd, op armere niet.
    Tekeningen Behrendt,1983

    Licht bemeste sla (links) en zwaar bemeste sla (rechts). In het kropstadium zijn er wel verschillen, maar de verschillen worden groter wanneer de plant gaat schieten. De zwaar bemeste gaat sterk rotten en vormt weinig bloemen en zaad. De licht bemeste heeft meer een gewaseigen groei en daarom een betere voedingskwaliteit. (Bokhorst, 1978).

    Conclusie

    De krop is een essentieel onderdeel van cultuursla, maar een goede bodemverzorging en bemesting moeten er zorg voor dragen dat de plant zich naar zijn eigen aard kan ontwikkelen.