Knolselderij

    Inhoud
    1. Proef met verschillende bemestingen
    2. Vergelijking twee bedijven

    Proef met verschillende bemestingen

    Bij een proefveld op zandgrond in Driebergen bleek de bemesting heel belangrijk voor de kwaliteit van knolselderij te zijn. Bij bemesting met stalmest start de groei vrij traag, waarschijnlijk door traag vrijkomen van stikstof. Drijfmest bevat veel stikstof die snel omgezet kan worden in nitraat en laat juist een sterke begingroei zien, gevolgd door een zware aantasting door de bladvekkenziekte. Hierdoor kan de afrijping niet goed verlopen.

    Toch kan het zijn dat stikstof niet alles verklaart. Al heel lang is bekend dat stalmest positieve eigenschappen heeft die niet te verklaren zijn op grond van voedingsstoffen, vochthoudend vermogen, bodemleven enzovoort.

    Proef op zandgrond in Driebergen


    Boven stalmest, onder drijfmest. Bij drijfmest een uitbundige groei. Daarna een zeer sterke aantasting door bladvlekkenziekte.

    Vergelijking twee bedrijven

    Proef in Noord-Friesland (bedrijf de Plaats) en de Betuwe (bedrijf de Terp).
    Ras Monarch.

    N. Friesland Betuwe

    Knolgewicht 1,3 1,2
    % droge stof 9,4 8,8

    Nitraatgehalte (mg/kg) 363 26

    Suikergehalte (Brix) 5,7 5,5

    Droge stofverlies 63 0
    zelfontbindingstest (%)

    ————————————————–

    Bodem
    organische stof (%) 5,4 3,8
    Stikstof in profiel 99 47
    na oogst (kgN/ha)

    Door een snelle mineralisatie van stikstof op de kalkrijke diep doorwortelbare Friese grond kwam er veel stikstof vrij. Hierdoor is het nitraatgehalte hoog en was er na de oogst ook nog veel stikstof in het bodemprofiel aanwezig. In de Betuwe werd geteeld op een bodem die weinig stikstof leverde (zeer laag nitraatgehalte knolselderij en veel minder stikstof na de oogst in de bodem). Waarom is dan het suikergehalte niet hoger? De reden is waarschijnlijk de sterkere aantasting door de bladvlekkenziekte. Deze ziekte hangt niet alleen samen met de stikstofvoorziening (zie voorgaande proefveld Driebergen), maar ook met vruchtopvolging en openheid landschap.
    (Bron,Lammerts van Bueren e.a., 1990)

    In Noord-Friesland de meest uitbundige groei door aard bodemtype en veel beschikbare stikstof.

    In de Betuwe meer gedrongen groei.

    Toch is de productkwaliteit in de Betuwe niet duidelijk beter door meer bladvlekkenziekte.

    Onderzoek Louis Bolk Instituut. Tekeningen Gerda Peters.