Normen

    Streefwaarden

    Aan de hand van onderzoek op proefvelden en aan de hand van onderzoek aan zeer veel producten gedurende vele jaren zijn door het Louis Bolk Instituut streefwaarden ontwikkeld bij een aantal producten. Dit zijn indicatieve waarden. Bij nader onderzoek zal waarschijnlijk blijken dat ze per ras nog verschillend moeten zijn. Nader onderzoek, ook bij andere producten is dus van belang.

    Bij kwaliteit gaat het om de dynamiek tussen groei en afrijping. Die is alleen bij de gewasontwikkeling goed te volgen. Toch zijn er wel indicatoren die op groei, afrijping of juist de dynamiek tussen beide aangeven. Veel nitraat duidt op groei, suiker en droge stof op rijping. Smaak en houdbaarheid en weerstand tegen zelfontbinding op een evenwichtige dynamiek tussen beide. Door het Louis Bolk Instituut zijn globale streefwaarden ontwikkeld die op een goede kwaliteit wijzen (Bokhorst, 1986).

    Criterium: Streefwaarden:
    Sla Tomaat Winterwortel Rode biet Zuurkool Knolselderij Pompoen Winterprei
    Houdbaarheid
    (% sla goed na 8 dagen)
    (% tom. ”   ” 4 weken.)
    +- / + > 20
    Smaak +- / + +- / + +- / + + +- / + +- / + +- / +
    % Droge stof > 4,7 > 5,5 > 10,4 > 14 > 12 > 15,0 > 13,0
    Refractiewaarde > 3,6 > 4,8 > 5,5 > 9,5 > 5 > 9,5 > 13,0 > 9,0
    Zuurtegraad (meq / 1) > 5,0
    Nitraat (mg / kg) < 1700 < 310 < 1500 < 800 < 350 < 100
    % Afval bij schonen < 15
    pH < 4,1
    Vitamine C (mg / kg) > 200
    Struktuur knapperig +
    Droge stofverlies (sch. test) < 50 < 50 < 50 < 38